De Machinehal

In de Machinehal van het Tapijtmuseum komt de geschiedenis van de tapijtindustrie tot leven. Hier staan 4 indrukwekkende weefmachines opgesteld, sommige bijna 100 jaar oud. 

Zodra de zware tandwielen en spoelen in beweging komen, vult het harde geluid van de weefmachines de Machinehal, zoals dat vroeger te horen was in de tapijtfabrieken.

Demonstraties 

Een bijzonder aspect van de Machinehal is dat de historische machines niet alleen tentoon-gesteld worden, maar ook regelmatig in werking worden gezet. 

Tijdens de weefdemonstraties met deze machines wordt duidelijk hoe uit kokos-, sisal- en jutegaren sterke weefsels voor lopers en matten werden vervaardigd. De bezoekers ervaren van dichtbij het zware, ritmische geluid, de draaiende tandwielen en de intensieve arbeid die kenmerkend waren voor de fabrieksomgeving van vroeger.

Hieronder vindt u meer informatie over de vier machines afzonderlijk: de Sisal machine, de Ruige machine, de Jute machine en de Jacquardmachine.

Sisal machine (JABO)

Deze machine uit 1960 maakt sisal­weefsels voor robuuste, stijlvolle lopers met een weefbreedte van maximaal 1 m.

Voor zowel de scheringdraden als de inslagdraden werd/wordt sisalgaren gebruikt. Jan Bosman, directeur van de Verenigde Touwfabrieken uit Rotterdam, bedacht dit weefsel in 1960 en noemde dit JABO.



Ruige machine

Dit is een weefmachine met een kettingspoel.

Op de Ruige machine wordt een kokosweefsel gemaakt met gesneden pool. Zo ontstaat een ruige mat.


Jute machine

Het op deze machine gemaakte juteweefsel wordt gebruikt voor traplopers en voor kaerebiezen: ouderwetse "boeren"tassen, nu ook gemaakt met een modern kleuren-patroon.

Jacquardmachine

De Jacquard-weefmachine produceert kokosweefsels met ingewikkelde weefpatronen. Het patroon ontstaat door gebruik te maken van ponskaarten. De gaatjes in de kaarten bepalen welke scheringdraad omhoog gaat en welke onder blijft.